Recirculatie Potorchidee III

Beschrijving

De Glastuinbouw streeft naar een duurzame bedrijfsvoering met zo min mogelijk milieubelasting. Voor de substraatteelten zijn verbruiksnormen afgesproken om de emissie van meststoffen te verminderen. Hierbij wordt gestreefd naar een nagenoege nullozing in 2027. In de teelt van potorchidee ligt de emissie soms nog ver boven de norm. Op een deel van de bedrijven is men gestart met het hergebruik van drainwater. Daar lijkt de emissie al te kunnen dalen naar 300 kg N per ha per jaar. In 2014 (vegetatieve fase) en 2015 (generatieve fase) is onderzoek uitgevoerd naar recirculatie bij potorchidee. De lozing van drainwater en de emissie is verder verlaagd, maar er is nog wel een enkele keer drainwater geloosd. De resultaten tot dusver geven meer inzicht in knelpunten die op kunnen gaan treden bij toenemend hergebruik van drainwater (o.a. oplopend natrium- en zinkgehalte). Er zijn geen negatieve effecten op de plantengroei gezien (NB: bij maximaal 1,1 mmol/l Na en maximaal 16 mmol/l zink in de watergift en uitgevoerde aanpassingen in voedingssamenstelling en vermindering ureum zoals toegepast in dit onderzoek).

Op een ander deel van de bedrijven kan men nog niet recirculeren omdat er nog geen waterdichte vloer aanwezig is onder de gazen teelttafels en nog geen opvangsilo’s, ontsmetter e.d. aanwezig zijn. Deze bedrijven hebben een langer tijdpad nodig om over te gaan op hergebruik van drainwater. Vraag is of op deze bedrijven in tussentijd al op andere wijze de emissie verminderd kan worden. Daarbij kan gedacht worden aan langzaam vrijkomende meststoffen en/of andere teeltsubstraten waarbij minder vaak en minder liters water gegeven wordt en de hoeveelheid emissie op die wijze verminderd kan worden. 

Doel van dit project is om de emissie van meststoffen naar het oppervlaktewater vanuit de teelt van potorchidee verder  te verminderen. Dit project is een vervolg op 'recirculatie Potorchidee' en 'recirculatie Potorchidee II'.

Dit onderzoek is gefinancierd door Gewascoöperatie potorchidee, ICL Specialty Fertilizers, Topsector Tuinbouw & Uitgangsmaterialen, Productschap Tuinbouw en Stichting Programmafonds Glastuinbouw en uitgevoerd door Wageningen University & Research, Business Unit Glastuinbouw in samenwerking met LTO Glaskracht Nederland.

Resultaten

Zonder recirculatie is de emissienorm vanaf 1-1-2018 (maximaal 150 kg N/ha/jaar) voor Phalaenopsis niet haalbaar (met traditionele watergift en substraat zoals toegepast in dit onderzoek).

- Met recirculatie kan de emissie flink verminderd worden en bij lozing van maximaal circa 10% van het drainwater is de emissienorm van 2018 wel haalbaar.
- Met CRF (controlled release fertilizers) kan het gehalte aan meststoffen in het drainwater en daarmee ook de emissie van meststoffen flink verlaagd worden (40 tot 75% lager N-totaal).

Met de combinatiebehandeling van 3 gram CRF met 0,7 EC in watergift met recirculatie kan met 40% minder emissie van meststoffen dezelfde kwaliteit planten (zelfde percentage meertakkers) gerealiseerd worden als de controlebehandeling zonder CRF. Omdat het absolute verschil tussen de EC in gift en de EC in drainsilo gelijk was aan de controle zonder CRF is een relatief hogere bijmeng EC nodig om de hoeveelheid lozingswater (aantal m3) gelijk te houden.

Bij bemesting volledig in vorm van CRF kan de emissie met 75% omlaag. Bij deze behandeling is in de eerste 12 weken van de teelt een wat lichtere bladkleur en geringe groeiachterstand ontstaan, doordat de voedingsafgifte van de korrels niet volledig gestart was als gevolg van extreem droog microklimaat rond de CRF-korrels (zie 3.2.1.). Na aanpassingen in het klimaat en inschudden van de korrels was het groei-percentage gelijk aan de controlebehandeling. Bij volledige bemesting in vorm van CRF is de emissienorm voor 2018 (max. 150 kg N/ha/jaar) niet haalbaar zonder recirculatie. Daarom wordt geadviseerd de CRF-bemesting te combineren met recirculatie of andere maatregelen om de hoeveelheid drain te verminderen.

- Voor een optimale afgifte van de CRF-korrels is het van belang dat het microklimaat rond de korrels niet extreem droog is door ervoor te zorgen dat de CRF korrels voldoende in het substraat zakken of de korrels vóór het oppotten door het substraat te mengen, afhankelijk van de substraatsamenstelling en de grootte van de fractie. 

 

Projectnummer H153
Startdatum 01-01-16
Einddatum 31-12-17
Afgerond Ja
Budget €132.000
Uitvoerder Wageningen University & Research BU Glastuinbouw
Document

Meer onderzoeken en projecten