Technologie voor de behandeling van lozingswater met actief kool

Beschrijving

De glastuinbouw staat voor de uitdaging de emissie van gewasbeschermingsmiddelen uit het productieproces te verlagen, om negatieve effecten op oppervlakte- en grondwater te voorkomen. Bij sommige middelen (bijvoorbeeld imidacloprid /Admire) staat het toepassen van een zuiveringsinstallatie bij lozing inmiddels als eis op het etiket. Vanaf 1 januari 2018 wordt een generieke zuiveringsplicht van kracht en moeten alle telers zuivering toepassen op al het lozingswater uit de teelt (drainwater, filterspoelwater, drainagewater) voor de verwijdering van gewasbeschermingsmiddelen (GBM). Zuiveringsinstallaties moeten een minimaal zuiveringsrendement hebben van 95%, bepaald met Standaard Water II. Dit water wordt gebruikt om op een gestandaardiseerde en reproduceerbare manier technologieën te beoordelen en heeft daarom een vastgestelde samenstelling.

Van een klein aantal oxidatietechnieken (ozon + UV en waterstofperoxide + UV) is inmiddels bekend dat ze aan deze zuiveringseis kunnen voldoen bij Standaard Water I (van Ruijven et al, 2012; 2013; 2016, in prep.). Wel zijn er vragen omtrent mogelijke risico’s met de gevormde bijproducten. De effectiviteit van andere waterbehandelingstechnieken die zonder vorming van bijproducten kunnen worden ingezet, is nog niet voldoende onderzocht.
Actief koolfiltratie heeft in eerder onderzoek laten zien in potentie zeer geschikt te zijn voor toepassing in de tuinbouw, door verwijdering van (nagenoeg) 100% van de middelen uit het lozingswater bij kortdurende belasting. Bij langdurige belasting van de filters bestaat een reëel risico van het dichtslibben van de filters, wat aangeeft dat een goede voorfiltratie nodig is. Ook is onduidelijk welke typen kool het meest geschikt zijn voor de beoogde zuivering, en hoe lang de kool zijn verwijderingsrendement kan behouden. M.b.t. het Standaard Water bestaan onzekerheden over de verdeling van GBM’s tussen de waterfase en vaste organische en anorganische bestanddelen in dat water. Deze verdeling heeft gevolgen voor de effectiviteit van verschillende zuiveringstechnieken en eventuele voorfiltraties, en meer kennis hierover zal er toe leiden dat technieken kosten-effectiever ingezet kunnen worden.

In de komende twee jaar moeten bedrijven gaan beslissen op welke wijze zij aan de verplichte zuivering gaan voldoen. Een groter aantal geschikte technologieën geeft tuinders beter de ruimte om binnen hun eigen bedrijfsvoering aan de regelgeving te voldoen. Een beslissingsondersteuningsmodel kan de tuinders van een onafhankelijk advies voorzien om tot een optimale keuze te komen.

Door kennis over de glastuinbouw (WUR) en kennis over waterbehandeling (KWR) te bundelen, kunnen vragen rondom het lozingswater en de bedrijfsvoering van zuiveringstechnieken effectief worden beantwoord.

Dit onderzoek is tot stand gekomen door medewerking van en financiering door LTO Glaskracht Nederland, Wageningen University &Research, BU Glastuinbouw, KWR Watercycle Research Institute, VAM WaterTech, HortiMax, Enthoven Techniek, Groen Agro Control, Ministerie van Economische Zaken en Provincie Zuid Holland.

Resultaten

1. In het laboratorium zijn 2 verschillende soorten granulair kool en 2 verschillende soorten poederkool onderzocht op effectiviteit. Met wat nuanceverschillen zijn met beide typen kool GBM goed uit Standaard Water te filteren. De voor- en nadelen in de toepassing van de koolsoorten in de glastuinbouw zijn op een rij gezet. Omdat granulair kool bij voorkeur continu belast moet worden lijkt dit type kool vooral interessant te zijn voor collectieven en bedrijven die een continue lozingsstroom kunnen creëren (al dan niet gerealiseerd via opslag). Voor bedrijven die incidenteel lozen lijkt juist poederkool interessanter, maar er zijn nog wel enkele praktische knelpunten op te lossen. Hiermee is een pilotinstallatie ontworpen, gebouwd en getest. 

2. De werkzame stoffen van GBM kunnen in Standaard Water in opgeloste vorm voorkomen, maar ook gehecht aan huminezuren of kleideeltjes (illiet). Uit laboratoriumproeven met Standaard water blijkt dat binding aan huminezuren of kleideeltjes minder dan 10% is. Binding aan deze deeltjes lijkt dus geen belangrijke factor te zijn waar we bij het ontwerp van de zuiveringstechnieken inclusief voorfiltratie rekening mee moeten houden. Daarnaast lijkt binding dus geen verklaring te zijn voor de soms flink schommelende analysewaarden.

3. Een rekentool is ontwikkeld waarin telers de kosten voor zuiveringstechnieken voor hun specifieke situatie kunnen doorrekenen, waarbij in de eerste stap de BZG-erkende zuiveringsinstallaties worden doorgerekend op operationele- en investeringskosten voor de functie’ zuivering lozingswater’. In de tweede stap is hieraan toegevoegd de optie de installatie ook als ontsmetter te gebruiken. Momenteel zit data van 7 van de 12 zuiveringsinstallaties in de tool. Data van eventueel nieuw erkende installaties, worden toegevoegd zodra toeleveranciers deze informatie aanleveren.

Projectnummer KV1509-031
Startdatum 01-07-17
Einddatum 01-07-18
Afgerond Ja
Budget €211.700
Uitvoerder KWR Watercycle Research Institute, Stichting Control Food & Flowers en Wageningen University & Research, BU Glastuinbouw
Document

Meer onderzoeken en projecten