Wat is het belang van de inbrengsnelheid bij irrigatie?

Bij beregenen of druppelen is de inbrengsnelheid een belangrijke factor. Dit is iets anders dan de watergift, de hoeveelheid water die wordt gegeven. “Het gaat erom met welke snelheid in liters of milliliters per vierkante meter per uur geef je het water aan de plant”, zegt Stefan Bakker, productmanager Revaho.

In veel teelten in Nederland wordt dagelijks, afhankelijk van het gewas, ongeveer een emmer water (10 liter) per vierkante meter gegeven. “Hoe breng je die hoeveelheid water op die vierkante meter? Je kunt de emmer water er in één keer op gooien of verdeeld in bijvoorbeeld 30 bakjes over een bepaalde periode omkeren.”

Plons water
Bij bijvoorbeeld een grote plons water op een zandgrond is de grond in één keer nat, maar een uur later weer droog. De watergift is dan voor niets geweest. Bakker: “Bij een te hoge inbrengsnelheid ‘rent’ het water als het ware door de teeltlaag heen. Het volume water komt namelijk als een plons op de grond terecht en gaat snel en recht naar beneden. De tussenliggende grond, tussen twee inbrengpunten, wordt dan niet nat. Het verschil tussen natte en droge grond is daardoor groot, waardoor de omstandigheden voor wortels minder optimaal is. We streven naar een betere waterverdeling in de grond.”

Druppelsnelheid aanpassen
Het water moet hoog in de teeltlaag blijven hangen en niet snel naar de ondergrond zakken. Om een betere (kegel)verdeling van het water in grond en substraatmat te krijgen, is meer druppelsgewijze waterinbreng nodig. Dit moet er voor zorgen dat de vochthuishouding zowel horizontaal als verticaal optimaal is.

“Bij te snelle waterinbreng in de mat, draint het water uit zonder dat het goed over de mat is verdeeld. De inbrengsnelheid moet kloppen met het teeltmedium (substraat of grond) of teelt zonder medium. Dit heeft te maken met capillariteit van het medium”, aldus de productmanager.

Berekening
De inbrengsnelheid is uit te rekenen en te vergelijken met andere telers met dezelfde teelt.

Inbrengsnelheid = capaciteit (van sproeier of druppelaar) : oppervlakte (regenleidingstraal- of slangafstand x sproeier/ponsafstand)

Voorbeeld regenleiding: Bij een sproeiercapaciteit van 160 l/uur, een straalafstand van 4,80 m en een sproeierafstand van 1 m is de inbrengsnelheid 160 : 4,80 = 33,3 l/uur per vierkante meter.

Voorbeeld druppelslang: Bij een druppelaarcapaciteit van 4 l/uur, een slangafstand van 1,6 m en een ponsafstand van 0,5 m is de inbrengsnelheid 4 l/uur : (1,6 m x 0,5 m) = 5 l/uur per m2 kasoppervlak.

Deze uitkomsten zijn niet de capaciteit van de installatie.

Betere waterverdeling
Bij toepassing van een druppelaar met een capaciteit van 2 l/uur in plaats van 4 l/uur, in bovengenoemd voorbeeld, is de waterverdeling (kegel) veel beter. Met gelijkblijvende installatie kan dan op een twee keer zo groot oppervlakte dezelfde hoeveelheid water worden geven.

Bakker: “Niet alleen het vochtpercentage in de mat is dan homogener, maar ook de samenstelling van het water is veel constanter. Want in de ‘drogere’ stukken, tussen de waterkolommen, blijven meststoffen zitten. De EC loopt daar op, omdat de wortels wel water opnemen waardoor enigszins verzilting optreedt. Bij een homogenere waterverdeling treedt dit niet op.”

Verslemping tegengaan
“Een te hoge inbrengsnelheid leidt er ook in bijvoorbeeld de teelt van radijs of sla toe dat de luchtige grond dichtslaat (verslemping). Dat zorgt onder andere voor minder zuurstof in de grond en maakt de grond harder, waardoor de doordringbaarheid voor wortels minder is. Mede door overmatige drain spoelen meststoffen, chemische en biologische middelen uit de grond, wat niet de bedoeling is.”

Om de hogere inbrengsnelheid van de installatie te compenseren, moeten er meerdere, kortere giet- c.q. druppelbeurtjes worden geven. Nadeel hiervan is dat er meer start/stop-verschillen (= afwijkingen) optreden, waardoor de uniformiteit van de watergift terugloopt.

Uitspoeling
Bij een te lage inbrengsnelheid van de installatie loopt een teler het risico dat er toch meststoffenophoping in de grond of mat is. Uitspoeling van ongewenste stoffen lukt dan niet. “Tussen een lage en hoge inbrengsnelheid ligt ergens een optimum. Telers moeten zich de vraag stellen: Past de inbrengsnelheid van het water op het teeltmedium bij mijn teelt?”

Meer nieuws drainage

Werken met humaten

In de PPS Voorkomen en bestrijden emissies kasteelten, onderzoekt Wageningen University & Research onder andere de relatie tussen natrium en de plant....

Lees meer